Landelijk, Nederland
03-02-2012
Waarom “Tijd voor eten” mij, Ankie Verlaan, betrokken bij diverse vormen van onderwijs, aanspreekt.
Een gezonde wereldburger weet natuurlijk best wat Coca-Cola is, maar hij weet ook dat je dat drankje met mate moet gebruiken. Een gezonde wereldburger weet wat gezond eten is, hoeveel je daarvan per dag kan gebruiken en waar de ingrediënten vandaan komen. Een tomaat die vele honderden kilometers vervoerd wordt is op het oog goedkoper, maar in werkelijkheid duur door de belasting voor ons milieu.
Het is de taak van ons onderwijs om wereldburgers te vormen en op te leiden. Daarvoor is kennis van taal en rekenen alleen niet voldoende. Kennis van voedsel en gezondheid en van ons milieu hoort daar ook bij. Die kennis doe je bij voorkeur op in de praktijk van alle dag. Onder meer door op school gezond te eten.
Als kinderen zien hoe gezond voedsel wordt bereid, draagt dat bij aan hun kennis, maar ook aan een gezonde levensstijl. Steeds duidelijker wordt dat de preventie van aandoeningen als obesitas en suikerziekte al in het basisonderwijs moet beginnen. Gezamenlijk een gezonde lunch gebruiken op school draagt bij aan de vereiste kennis, maar heeft ook een positieve werking op het gedrag, de alertheid en de sociale cohesie van de leerlingen. Docenten melden dat de klassen in de middag beter hanteerbaar zijn, wanneer er gezamenlijk gezond geluncht is. Dat geldt natuurlijk ook voor het voortgezet onderwijs, waar de kantines en automaten nog te veel snoep en vette happen verschaffen. Op de scholen waar opgeleid wordt voor een functie in de horeca, zou ook in de lessen meer aandacht voor gezond eten en regionale producten moeten zijn.
Steeds meer partijen zetten zich in voor gezond eten op school. Helaas probeert iedereen andere wielen uit te vinden. Tijd voor eten is een experiment geweest onder leiding van de GGD Amsterdam, waarin kinderen gezonde maaltijden kregen die samengesteld waren uit producten afkomstig uit de eigen regio. Bijstandsmoeders werden door het ROC van Amsterdam opgeleid om deze maaltijden te bereiden en op te dienen. Zo werden er drie doelen gediend met één experiment. Later werd het stokje overgenomen door andere partijen die een alliantie wilden vormen met het bedrijfsleven. Dat is op zich niet zo’n gek idee, behalve als het erop gaat lijken dat vooral de producten van die grote internationale bedrijven aangeboden moeten worden. Tijd voor eten kiest voor de relatie met de kleine regionale economie, omdat kinderen ook het begrip daarvoor aangeleerd moeten krijgen. Dat is een van de pijlers van Tijd voor eten. Zo ontstaat er een verankering van de lunch op scholen in de locale economie, waardoor de afhankelijkheid van subsidies vermindert en tenslotte verdwijnt.
Door het opleiden van moeders samen met ROC’s activeert Tijd voor eten werkzoekenden en tegelijkertijd wordt de dagindeling voor werkende ouders en voor de kinderen overzichtelijker. Voor ROC’s zijn er dus verschillende rollen in dit project weggelegd.
Om het ideaal van wereldburgerschap, gezondheid en verstand van eten op school te verwezenlijken moeten er vele stappen gezet worden. Allereerst moet de mogelijkheid voor lunchen op school versterkt worden. Nu zijn er diverse regels voor na- en tussenschoolse opvang met verschillende subsidieregels. De verantwoordelijkheid voor gezond lunchen zou meer direct bij de scholen gelegd moeten worden, die daarvoor dan wel de noodzakelijke bevoegdheden moeten krijgen. Alle wereldburgers komen immers het basisonderwijs binnen, dus een betere vindplaats is er niet. Vervolgens moet de rol van de regionale voedselvoorziening worden versterkt: groente en fruit komen van onze grond! En tenslotte leren we moeders gezond voedsel te bereiden, opdat ze met die kennis ook elders aan de slag kunnen.
Om al die redenen moeten we tijd voor eten maken. Doe mee!!